Aan welke deontologische regels moet een advocaat zich houden?

"De advocaat oefent zijn beroep op deskundige wijze uit met eerbiediging van het beroepsgeheim, van de essentiële plichten van onafhankelijkheid en partijdigheid en met het vermijden van belangenconflicten. Hij eerbiedigt de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, die aan het beroep ten grondslag liggen." (artikel 1 codex deontologie 2017)

Onafhankelijkheid

De advocaat moet kunnen uitvoeren vrij van alle druk, in het bijzonder de druk van eigen belangen of beïnvloeding van buitenaf. Hij moet dus elke aantasting van zijn onafhankelijkheid vermijden.

Onpartijdigheid

De advocaat is steeds verplicht om de belangen van zijn cliënt zo goed mogelijk te behartigen en die boven zijn eigen belangen of die van derden te stellen.

Hij kan ook niet optreden wanneer dat aanleiding geeft tot een belangenconflict tussen advocaat en cliënt of een dreiging daartoe.

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim strekt zich uit tot alle vertrouwelijke informatie die de advocaat in de uitvoering van zijn opdracht verneemt of vaststelt en geldt onbeperkt in de tijd.

Permanente vorming

De verplichting tot permanente vorming is opgenomen in de definitie van beoefenaar van een vrij beroep, zoals opgenomen in het Wetboek van Economisch Recht.

Per gerechtelijk jaar moet een advocaat 20 permanente vormingspunten verzamelen.

Professionele aansprakelijkheid

De advocaat moet met spoed, gewetensvol en met ijver, de cliënt adviseren en verdedigen. Hij aanvaardt hierbij de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de taak die hem is toevertrouwd en hij houdt de cliënt op de hoogte van de zaak waarmee hij wettelijk belast is.

Onverenigbaarheden

De uitoefening van het beroep van advocaat is onverenigbaar met elke activiteit die de kernwaarden van de advocatuur en het publieke vertrouwen in de advocatuur in het gedrang kan brengen. (artikel 11 codex deontologie 2017)

Naar het overzicht